ORGANISATIE:Ziekenhuis
Afdeling:
Eenheid:
Functie: IC-Verpleegkundige
1. DOEL VAN DE FUNCTIE
De IC-verpleegkundige is verantwoordelijk voor het verpleegkundige
proces, waar de zorgverlening onderdeel van is, bij patiënten waarbij sprake is van vaak
meervoudige gecompliceerde ziektebeelden.
Veelal zijn permanent levensbedreigende situaties aanwezig, maar deze kunnen ook acuut
optreden.
2. RESULTAATGEBIEDEN
Als eindverantwoordelijke voor het verpleegkundig proces van de toegewezen patiënten heeft de ICverpleegkundige een signalerende en coördinerende functie in het zorgproces. Dit betekent zorgdragen voor intra en multidisciplinaire afstemming in het zorgproces en voor de continuïteit van de zorgverlening rondom deze patiënten.
De ICverpleegkundige stemt de zorg af op de specifieke situatie waarin deze patiënt verkeert.
Indicatiegebieden:
Indicatoren:
De mate waarin de ICverpleegkundige:
De ICverpleegkundige is verantwoordelijk voor het bewaken, beschermen, corrigeren en overnemen van veelal meerdere vitale lichaamsfuncties binnen de, door de arts, aangegeven grenzen. Onderneemt in acute situaties zelfstandig actie bij het wegvallen van één der vitale functies.
Indicatiegebieden:
Indicatoren:
De mate waarin de ICverpleegkundige:
De ICverpleegkundige is verantwoordelijk voor het verlenen van verpleegkundige zorg en hanteert actief het verpleegkundig proces op een methodische wijze, bij de haar toegewezen patiënten van opname tot ontslag.
Betrekt hierbij alle relevante informatie van patiënt, familie, collega's en andere disciplines en geeft uitvoering aan de geplande activiteiten vastgelegd in het verpleegplan.
Volgt het gebruik van methodieken, standaarden en protocollen kritisch en evalueert dit.
Indicatiegebieden:
Indicatoren:
De mate waarin de ICverpleegkundige:
2.4.Medisch en verpleegtechnisch handelen
De ICverpleegkundige draagt zorg voor een doelmatige en functionele toepassing van de ondersteunende apparatuur. Voert, op voorschrift van de behandelend artsen, technieken uit.
Indicatiegebieden:
Indicatoren:
De mate waarin de ICverpleegkundige:
Een aspect van de kwaliteit van de verpleegkundige zorg betreft het zorgklimaat: welbevinden van de patiënt, tevredenheid van de patiënt en familie. Dit wordt o.a. bepaald door bejegening, aandacht voor de individuele wensen en behoeften, klachtenbehandeling, inrichting en privacy.
De ICverpleegkundige houdt bij het verlenen van de zorg rekening met het ontwikkelingsniveau en de levensfase waarin de patiënt verkeert.
Indicatiegebieden:
Indicatoren:
De mate waarin de ICverpleegkundige:
2.6. Begeleiding, voorlichting en advies
De ICverpleegkundige begeleidt de patiënt en zijn familie tijdens de kritieke fase in het ziekteproces. Geeft voorlichting en advies die samenhangen met de aandoening of het ziekteverloop van de patiënt en stemt dit af met betrokken disciplines. De ICverpleegkundige helpt de patiënt met het leren omgaan met de gevolgen van het ziek zijn en de behandeling.
Indicatiegebieden:
Indicatoren:
De mate waarin de ICverpleegkundige:
De ICverpleegkundige is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de eigen vaardigheden en verleent bijdragen aan het teamfunctioneren.
Levert bijdrage aan het realiseren van voorwaarden voor het primaire verpleegkundig proces vooral wat betreft: beroepsontwikkeling, kwaliteitsbewaking en beheersing, kwaliteitsbevordering (waaronder innovatie), consult en protocolontwikkeling.
Volgt ontwikkelingen binnen het beroep en weet deze te vertalen naar de eigen werksituatie.
Indicatiegebieden:
Indicatoren:
De mate waarin de ICverpleegkundige:
2.8.Begeleiding van nieuwe medewerkers, cursisten en stagiaires
Instrueert en begeleidt nieuwe medewerkers en cursisten in/naar de functie ICverpleegkundige op een ICeenheid. Instrueert en begeleidt stagiaires in het behalen van de leerdoelen.
Indicatiegebieden:
Indicatoren:
3. KRITIEKE SITUATIES
Geduldige ICverpleegkundige bij onrustige patiënt
Bij een ernstig angstige en onrustige patiënt, blijft de ICverpleegkundige rustig en reikt de patiënt een situatie aan waarbinnen deze zich weer kan oriënteren op de werkelijkheid en zijn angst en onrust afneemt. De patiënt is angstig na een grote ingreep of levensbedreigende situatie. Hij heeft veel aandacht nodig en vraagt vaak het zelfde. Waar mogelijk geeft de ICverpleegkundige de aandacht, beantwoord de vragen en probeert de patiënt op anderegedachten te brengen door b.v. in te gaan op zijn privé situatie of het betrekken van familie of naasten.
Effect: De onrust van de patiënt neemt niet toe.
Positieve instelling bij acuut ernstig personeelstekort
Door ziekmeldingen ontstaat er een ernstig tekort aan verpleegkundig personeel. De eenheid is volledig bezet, het werk moet worden gedaan. De ICverpleegkundige stelt zich positief en constructief op, stelt prioriteiten in overleg met collega's en zorgt er voor dat de essentiële zorg niet in gevaar komt.
Effect: De sfeer blijft ondanks de te hoge werkdruk goed, collega's worden niet in hun functioneren belemmerd en gestimuleerd in flexibel gedrag.
Nemen van maatregelen om een mogelijk beddenprobleem in goede banen te leiden
De afdeling ligt vol. Als ICverpleegkundige op een ICeenheid houd je rekening met de mogelijkheid van een acute opname. Voordat dit zich voordoet overleg je met de arts en collega's hoe dit probleem, als het zich voordoet, het beste kan worden opgelost. Doordat je samen met de collega's naar de best mogelijke oplossing zoekt, ontstaat een draagvlak voor het moment waarop er werkelijk een opname komt. Dit voorkomt discussie op een toch al hectisch moment. Indien een patiënt in het voorkomende geval moet worden overgeplaatst, kun je hiervan de patiënt en zijn familie vooraf op de hoogte stellen.
Effect: Bij een acute opname is een ieder op de hoogte wat er moet gebeuren. Er vindt geen discussie plaats of iets wel of niet kan. De te verplaatsen patiënt en zijn familie zijn vooraf geïnformeerd. Alle noodzakelijke aandacht kan worden besteed aan de opname.
Goede verpleegkundige begeleiding van familie bij orgaandonatie
Patiënt is hersendood. Familie is akkoord met donatie van organen. Door het niet beschikbaar zijn van O.K. ruimte duurt de procedure veel langer als beloofd. De familie is erg gespannen en vindt het erg lang duren. De ICverpleegkundige probeert zo goed mogelijke begeleiding aan familie te geven. De uiteindelijke orgaanverwijdering duurt ook erg lang. Familie heeft ernstige twijfel over het omgaan met de overledene en hebben hierover een klacht ingediend. De ICverpleegkundige heeft de familie regelmatig in de familiekamer opgezocht, gezorgd voor koffie e.d. en is met de familie in gesprek gebleven en begrip getoond.
Effect: De familie is zeer positief over de verpleegkundige begeleiding.
Goede verpleegkundige planning van het transport van instabiele ICpatiënt.
Een instabiele, beademde patiënt met een tumor moet op transport voor bestraling. De patiënt heeft een grote hoeveelheid aan cardiotonica en andere infusen. De bestraling duurt enige tijd, zodat continuering van de beademing noodzakelijk is. De ICverpleegkundige zorgt voor de noodzakelijke infusen tijdens het transport. Koppelt de rest af. De ICverpleegkundige zorgt voor een beademingsmachine in de bestralingsbunker met een identieke instelling als op de Intensive Care.
Effect: Het transport duurt kort, verloopt het heen en terug voorspoedig en de behandeling kan in de bestralingsbunker snel, efficiënt en veilig plaats vinden. Het totale transport inclusief bestraling duurt daardoor slechts 20 minuten.
Onttrekken aan de verantwoordelijkheid bij een acute verstoring van een vitale functie
Patiënt krijgt, b.v. door een acute bloeding, een ernstige bloeddruk daling, of het signaleren van een ernstige ritmestoornis via de telemetrie bewaking. Direct handelen is vereist. In principe dient de ICverpleegkundige die de patiënt verzorgt of het probleem ontdekt handelend op te treden. De actie van de ICverpleegkundige beperkt zich echter tot het mobiliseren van collega's.
Effect: Er ontstaat tijdverlies. De ICverpleegkundige onttrekt zich aan zijn verantwoordelijkheid en aan een belangrijk onderdeel van zijn functie.
Gebrek aan assertiviteit waardoor een verstoorde samenwerkingsrelatie ontstaat
Bij een ernstig zieke patiënt die tot dan toe optimaal wordt behandeld, wordt in overleg met de familie besloten de behandeling te staken omdat er geen verbetering optreedt en doorgaan als medisch zinloos handelen wordt gezien. Om te voorkomen dat de patiënt, na het stoppen van de beademing, erg benauwd wordt, is in overleg met de familie een continu infuus met medicatie afgesproken zodat de patiënt rustig kan sterven.
Zonder overleg met de ICverpleegkundige voegt de arts een middel aan het infuus toe. De ICverpleegkundige spreek de arts hier niet op aan. De ICverpleegkundige durft zich niet onafhankelijk op te stellen en de arts op de gemaakte afspraak te wijzen.
Effect: De vooraf afgesproken procedure is niet gevolgd. Een verstoord vertrouwen tussen de ICverpleegkundige en de arts. De ICverpleegkundige is erg boos.
4. ONTWIKKELINGEN
Het inschatten van de (bijzondere) omstandigheden die nu of in de nabije toekomst invloed op de functie kunnen gaan uitoefenen, waardoor de functieeisen moeten worden gewijzigd. Hieronder valt ook een indicatie van de situaties/activiteiten die onderdeel van de functie uitmaken (4.1)
4.1. Interne ontwikkelingen
Het werken op een Intensive Care betekent voor de ICverpleegkundige,
verantwoordelijkheid voor het zorgproces van opname tot ontslag.
4.2. Externe ontwikkelingen
De toenemende mondigheid van de patiënt en familie en het streven om waar mogelijk
tegemoet te komen aan individuele wensen en behoeften van patiënten stellen andere
eisen aan de omgang met de patiënten.
De medische, specialistische therapieën nemen toe. Zeer specialistische kennis en
vaardigheden zijn hiervoor nodig. Om voldoende expertise te garanderen is het
disfunctioneel deze specialistische kennis en vaardigheden bij alle ICverpleegkundigen
op een ICeenheid aan te leren. Er zal vakinhoudelijke differentiatie ontstaan.
Toenemende professionalisering van het verpleegkundig beroep vraagt grote aandacht
voor eigen deskundigheidsbevordering en noodzaak tot reflectie.
Van de ICverpleegkundige op een ICeenheid wordt een actieve rol verwacht m.b.t.
ontwikkelingen die bijdragen tot een duidelijker profilering en toetsing van het
verpleegkundig beroep.
5. VERSCHILLEN BINNEN DE FUNCTIE
* de aard en omvang van de organisatorische eenheid
* de aard van de patiëntencategorie
6. COMPETENTIES
De vereiste gedragscriteria en de benodigde kennis en ervaring voor succesvol functioneren
6.1. Gedragscriteria
a. Communicatie
* Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid
* formuleert helder en duidelijk
* spreekt in begrijpelijke taal
* kiest zorgvuldig de juiste woorden
* brengt de bedoeling van de boodschap goed over
* verheldert een probleem door een goed voorbeeld
b. Beïnvloedend gedrag
* Sensitiviteit
* meldt spontaan dat communicatie niet slaagt
* houdt rekening met omstandigheden waarin de ander verkeert en
doet daar iets zinnigs mee
* verwoordt behoeften en gevoelens van anderen
* begrijpt dat iets pijnlijk ligt voor een ander en reageert daarop met
adequaat gedrag
* laat een ander in zijn waarde
* tolereert afwijkende meningen
* laat blijken zich bewust te zijn van ethische of morele problemen van
een ander
* houdt rekening met de doelstellingen van een ander
* Samenwerken
* past zich aan de groep aan als het er om gaat tot een gezamenlijk
resultaat te komen
* levert een bijdrage, idee of voorstel voor een groepstaak die niet van
persoonlijk belang is
* heeft spanningen in een groep verminderd
* uit zich positief over prestaties van een collega
c. Beheren
* Plannen en organiseren
* treft in een verwarde situatie maatregelen om orde op zaken te stellen
* ontleedt een opdracht in fasen
* schakelt anderen in naar rato van bekwaamheid en interesse
* ziet scherp vooruit
* onderscheidt hoofdzaken van bijzaken
* reageert adequaat op een onverwachte complicatie
d. Probleemoplossend gedrag
* Probleemanalyse
* maakt toepasselijk onderscheid tussen hoofd en bijzaken
* signaleert een belangrijk probleem
* benoemt de oorzaken van problemen die zich voordoen
* onderneemt actie wanneer een relevant probleem zichtbaar wordt
* benut actief de voor het functioneren noodzakelijke
informatiebronnen
* anticipeert op storingen, bijvoorbeeld door tijdig te zorgen voor
informatie en/of door een plan voor te ondernemen stappen
* analyseert een taak of een werkproces
* stelt logisch en methodisch vast waar een fout zit en bepaalt evenzo de
oorzaak ervan
* beschikt over verschillende methoden om complexe problemen aan te
pakken en relevante informatie te verkrijgen
e. Motivationeel gedrag
* Klantgerichtheid
* stelt zich dienst en hulpverlenend op
* overtuigt zich van de bedoeling van een verzoek
* opent mogelijkheid tot correctie of bijstelling
* geeft aan dat men terug mag komen
* geeft een helder beeld van wederzijdse verwachtingen
* levert maatwerk voor de klant
* aanvaardt verantwoordelijkheid voor gemaakte fouten
* reageert op klacht met prompt herstel, zonder defensief gedrag
* Initiatief
* vraagt uit zichzelf nadere informatie
* doet iets wat niet gevraagd wordt
* grijpt een kans aan
* is actief in woord en gedrag
* onderneemt iets om de voortgang te versnellen
* komt uit eigen beweging met idee of oplossing
f. Persoonsgebonden gedrag
* Aanpassingsvermogen
* houdt overzicht bij onverwachte gebeurtenis
* stelt zich snel in op nieuwe situatie
* heeft bij verandering oog voor prioriteiten
* kiest nieuw doel wanneer nodig
* werkt in crisissituatie de belangrijkste taak goed af
* Integriteit
* neemt verantwoordelijkheid voor eigen handelen
* is zich goed bewust van eigen normen en waarden.
* geeft aan wanneer onverwacht gedrag buiten de eigen normen en/of
beroeps of organisatienormen valt
* houdt aan normen vast. ook wanneer dit nadeel, spanning of
conflicten met zich mee brengt
* Stressbestendigheid
* raakt bij ernstige storing of fout niet in paniek
* blijft zakelijk en kalm als er fors weerstand wordt geboden
* checkt op het laatste moment nog of er foutjes zijn gemaakt
* neemt de verantwoordelijkheid nadat een fout is gebeurd
* gaat goed om met moment van stilte of verwarring
* is een volhouder
6.2. Stijl van werken
* patiëntgericht
* proces en resultaatgericht
* actief en probleemoplossend
* ondersteunend naar individu en team
6.3. Kennis
a Handelingsvaardigheid
* opgedaan door 2,5 jaar praktijkervaring op een Intensive Care eenheid (Cpraktijk)
b Ervaringskennis
* levenservaring en sociaal, emotionele stabiliteit
* voldoende praktische ervaring in de functie ICverpleegkundige op een ICeenheid
c Theoretische kennis
* verpleegkundige beroepsopleiding
* Intensive Careopleiding
* eventueel aanvullende vaktechnische opleiding
7. AANLOOP EN UITSTROOM FUNCTIES
7.1. Aanloopfunctie
* verpleegkundige functie
* specialisatie Kinderverpleegkundige (Kinder I.C./I.C. Neonatologie)
* specialisatie Obstetrie/Gynaecologie (I.C. Neonatologie)
7.2. Horizontale loopbaanstappen
* verpleegkundige op een andere C praktijk
7.3. Uitstroomfuncties
* gedifferentieerd verpleegkundige
* Nurse Practitioner
* stafmedewerker
* verpleegkundig consulent
* hoofdverpleegkundige